Creative Strength Training, week 6. Balanceren.

Hoofdstuk 6, op de helft van het boek. Het valt me op dat hoofdstukken nawerken in sommige opzichten. Al doende wordt ik mij bewuster over mijn werk in de studio. Hoe ik zaken aanpak of niet. En sommige oefeningen vragen veel langer de tijd dan één week. Maar dat geeft niet want ik bepaal mijn eigen tempo. En in de ondersteunende FBgroep vind ik steun en aanmoediging. Een paar vanzelfsprekendheden zijn al wat minder vanzelfsprekend, ik ben met oud werk bezig en mijn studio is opgeruimd.

Jane gebruikt het woord alignment in dit hoofdstuk. Ik worstel met de vertaling hiervan. De normale betekenissen vind ik niet passend in het concept van dit hoofdstuk. Het gaat over je houding ten opzichte van je werk. Is er balans tussen de niet leuke taken en de zaken waar je blij van wordt? Daarnaast hangt er een diepere betekenis aan, wat ik haal uit het gedeelte waarin Jane het volgende zegt: ‘I’ve learned that alignment – understanding why I am here, what I love to do and how I am going to pursue it – is definitly fluid. Richting geven aan je te volgen weg.

BALANS VINDEN

Hoe we ook ons best doen uiteindelijk is de tijd die we kunnen spenderen in onze studio’s altijd te kort. Het is dus slim om te onderzoeken wat je in deze tijd doet aan de dingen die je al kunt en die nog zou willen ontwikkelen. Bij al het werk, wat je al kunt en wat je nog wenst te leren, horen taken die niet zo leuk zijn. Soms gewoonweg saai of tijdrovend. Zoals je gereedschappen schoonmaken, voorbereidingszaken zoals je doek klaarmaken om te verven of stof te omzomen. Dit soort taken komen bij de afwerking terug. Aflakken, meerder malen zelfs, opschuren of -poetsen, doorquilten, inlijsten. Het kunnen allemaal zaken zijn die je voor lief neemt omdat je het andere werk zo leuk vind. Het hoort er bij. Balans vinden gaat in dit boek meer over vaardigheden die je al kunt en vaardigheden die je wilt ontwikkelen.

Je balanceerstok spannen

Bekijk je werk met een frisse blik. Wat zijn de technieken die er in verwerkt zitten? En in hoeverre beheers je deze technieken. Is er nog ruimte voor verbetering? En welke techniek(en) gebruik je nu (nog) niet of weinig die je wel graag zou gebruiken? Zie je ook de overeenkomsten in je werk, zoals bijvoorbeeld een voorkeur van compositie, beeldvoorkeur, materiaal, onderwerp of techniek? Dit geeft je inzicht in wat je graag doet, wat je goed doet en wat je mist of meer wilt. En als het goed is krijg je nu een uitgebalanceerd beeld van je vaardigheden die los laat, vasthoud, verbeterd of gaat ontwikkelen.

Perfectionisme 

Pas op met perfectionisme. Wat is perfect? Stel je jezelf voor dat je werk helemaal perfect zou zijn. Hoe ziet het er dan uit? Hoe vaak is het jouw gelukt om je werk te laten aansluiten met het perfecte beeld in je hoofd? Wanneer is goed, goed genoeg voor jou. Als iedereen tegen jouw zegt dat ze je werk waarderen, maar jij vind het nog steeds niet goed genoeg. Waar is dan het probleem? Bij de anderen? Bij het werk? Of bij jou? Natuurlijk probeer je zo goed mogelijk al je vaardigheden in te zetten om te maken wat je bedacht hebt. Het resultaat laat zien waar jij op dat moment in je ontwikkeling bent.

Krijg je feedback op je werk? Dan weet je hopelijk het verschil tussen opmerkingen die gaan over kleurvoorkeur of aanpak van het onderwerp, iets zegt over de kijker en over de maker. Als er iets gezegd gaat worden over de afwerking, constructie of een onhandig gekozen compositie. Dan zegt het inderdaad iets over het werk. Ken het verschil!